|
| |
Snoekbaarsbiologie
Een snoekbaars heeft twee gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste rugvin is
voorzien van harde stekels. Over de flanken lopen acht tot tien donkergekleurde
banden.
Bij volwassen snoekbaarzen worden dit meer vlekken.
De snoekbaars heeft een groen/grijsbruine rug, die op de flanken overgaat in een
lichtere kleur.
Het snoekbaarsmannetje is na ongeveer twee jaar, het vrouwtje na drie jaar
geslachtsrijp.
De paaitijd ligt tussen April en Mei.
Daarom geldt het visverbod van 01 Maart tot de laatste zaterdag van Mei.
Jonge snoekbaarzen voeden zich voornamelijk met watervlooien.
De volwassen snoekbaars gaat grotere ongewervelde en ( voornamelijk smalle ) vis
eten.
Snoekbaarzen leven voornamelijk in scholen.
De snoekbaars komt in vrijwel heel Nederland voor, doch verblijft zelden in
koude of kleine wateren.
Overigens kan de snoekbaars, die steeds vaker als sportvis wordt uitgezet, zich
heel goed aan zijn omgeving aanpassen.
De wettelijke minimummaat is 42 centimeter
Men spreekt van een grote snoekbaars, als deze langer is dan 80 centimeter en
zwaarder weegt dan 10 pond.
Een snoekbaars kan wel 120 centimeter lang worden, en vangsten van meer dan 20
pond komen steeds vaker voor.
De Latijnse naam voor snoekbaars is STIZOSTEDION
LUCIOPERCA.
In het Engels is het ZANDER / PIKE PERCH.
In het Duits is het SANDER.
De Franse benaming voor snoekbaars is ZANDRE
Heeft u zelf een goede vistip,
stuur hem en wij plaatsen hem met bronvermelding.

| |
(onze tips)
Viswormen

Wormen
kweken
doe je zo
|