|
| |
Over de paling:
De paling heeft een heel afwijkende lichaamsbouw
in vergelijking met de meeste andere in Nederland voorkomende vissoorten. Zijn
slangachtige bouw zorgt ervoor dat hij zich razendsnel kan ingraven als er
gevaar dreigt. Het grootste gedeelte van de dag ligt hij dan ook ingegraven, om
's nachts tevoorschijn te komen om te gaan jagen. Hij jaagt hierbij, met zijn,
buisvormige goed ontwikkelde neusgaten, hoofdzakelijk op de reuk. Hij
lokaliseert hiermee ongewervelde zoals vlokreeften, muggenlarven en aasgarnalen
om ze vervolgens bliksemsnel te vangen en op te eten. Als de paling groter wordt
richt hij zich op grotere prooien, en afhankelijk daarvan ontwikkelt hij zich in
een breed of spitskoppige paling. Het mannetje wordt niet groter dan 40 cm.
terwijl het vrouwtje, dat ook veel langer in het zoete water blijft, een lengte
kan bereiken van 120 cm.
Het meest bijzondere van de paling is zonder meer zijn voortplanting. Nadat ze
zo'n 5 tot 20 jaar in onze zoete wateren hebben geleefd, vertrekken ze naar zee
om zich te gaan voortplanten. Voor ze echter in volle zee zijn hebben ze al een
hele tocht achter de rug. Palingen in afgesloten wateren trekken hierbij over
land. Geholpen door hun slijmachtige huid, trekken ze over vochtige weilanden
tot ze weer water bereiken. Algemeen aangenomen wordt, dat de geslachtsrijpe
paling (blanke aal) een trektocht maakt van 6000 kilometer, naar de, bij Zuid
Amerika gelegen, Sargassozee. Daar aangekomen planten zij zich voort en sterven.
De larven laten zich vervolgens op de golfstroom meevoeren naar Europa. In de
twee jaar dat de reis duurt, veranderen ze van een bladvormig larve in een
glasaaltje.
Met miljoenen tegelijk zwemmen ze dan de Europese rivieren op.
Heeft zelf een goed visverhaal
stuur hem
Heeft u zelf palingtips stuur deze naar www.vistips.nl

| |
(onze tips)
Viswormen

Wormen
kweken
doe je zo
|